woensdag 20 oktober 2010

De buitenkant van intimiteit…Een zoektocht naar de essentie van beroering. (1)


“Hoeveel intimiteit kan ik aan ?”
Die vraag popt op bij het zien van de tentoonstelling Poste Restante van Nan Goldin in het fotomuseum in Rotterdam.

Negen jaar geleden zag ik in Centre Pompidou eigenlijk voor het eerst haar fotografie van de uitgaanszelfkant van het leven, daar was het erg uitvergroot en esthetisch neergehangen. Nu zijn het vier omvangrijke diaslides met muziek eronder en dat werkt op een andere manier.
Door de veelheid komt het dichterbij, het werkt benauwend en toch, en toch, en toch…ik kijk ernaar en ik voel me toeschouwer van iets waarvan ik eigenlijk niet eens behoefte voel om toeschouwer van te zijn. Terwijl ik toch zo langzamerhand wel een professioneel toeschouwer ben. Haar wereld. Ach…het is tenslotte haar wereld. Niet mijn wereld. Wat moet ik ermee?

In Centre Pompidou was ik nog wel diep onder de indruk, herinner ik me vaag. Een herinnering over de indruk die iets achterlaat? Goed, leuk, interessant, heldere kwaliteit. Woorden van een beschouwer. Iets dat ik ben. Toeschouwer. Maar een kwetsbare toeschouwer, iemand die kwaad kan worden, soms boe wil roepen, zich medestander voelt, zich tegenstander voelt. Zo’n soort beschouwer. Een betrokken beschouwer. Ik weet niet of ik een ideale toeschouwer ben.

Maar als ik zo denk, dan is het toch wel erg… Dan kan ik niet meer onbekommerd naar kunst, naar het theater, naar de film, naar een lezing of debat. Alsof het altijd maar over mij moet gaan. Het wordt pas warm als het dichterbij komt. Nee.

Ik moet op zoek hoe dat komt, hoe sommige kunst mij niet meer beroerd, of nooit heeft beroerd, terwijl het alles in zich heeft om dat wel te doen. Wanneer raak ik van slag en is dat iets universeels of juist een heel persoonlijk moment?

Als ik weet wat het is, als ik het kan benoemen, zal het wel weer iets anders zijn. Het vaart mee met de kennis en de bereidheid.

Deze week zag ik van alles, een film van Adelheid Roosen over haar moeder met Alzheimer ; En raak ik van slag. Of de speech van Joseph Burns over de zelfmoord van homoseksuele jongeren; En raak ik van slag. Maar ik zie de film Schemer van Hanro Smitsman, en het doet me niets. Ik probeer mijn vinger erop te leggen, over dat verschil tussen dat wat mij beroert en dat wat mij onberoerd laat.

Los nog over kwaliteit, want wie zegt mij dat kwaliteit moet beroeren of ontroeren. Niet alles heeft dezelfde kwaliteit, en soms kan het oppervlakkige mij raken en het meer intense mij koud laten.

Het is iets anders.

Misschien is het ene “echter” dan het andere. Waardoor het scherper wordt, oprechter. Maar als je van theater en beeldende kunst houdt, dan kan je niet alleen houden van de echtheid, dan moet je ook passie houden voor de esthetisering van de werkelijkheid.

Het is misschien de poserende wereld van Nan Goldin, die zelfgekozen fatalistische wereld waar zij zich in begeeft en die zij van binnenuit fotografeert, die mij zacht irriteert.
Die heftige drugsgebruikende partyscene, die vrijgevochten bandeloze wereld. Die ook zo genadeloos lege wereld. De overvloed aan foto’s die aan je voorbijtrekken vullen niet, maar trekken alles juist uit je. Nog een keer de schoonheid van de troosteloosheid. Nog een keer de esthetiek van heroïnevrienden. Het lijkt teveel.

En niet vanuit een conservatieve moraliserende inslag, want die ken ik niet

Je kan niet zeggen dat het niet echt is, het is juist haar kracht dat zij de werkelijkheid, haar werkelijkheid fotografeert. En die werkelijkheid van Nan Goldin is het fotograferen waard. Sex, drugs en rock&roll. Burlesque, dragqueens, geweld, desolaatheid...ja het is allemaal wel echt…maar het verveelt me.

Dus ben ik misschien wel verwend. Geen schokeffecten meer, niet meer ontzet of jaloers door de brutaliteit van het leven van een ander. Seen it all?

Ik lees de opgewekte recensie van Arno Haijtema in de Volkskrant. Jaja, het is allemaal erg goed. Hij heeft natuurlijk gelijk. Nan Goldin is razend goed.
Ik lees dat hij dezelfde tentoonstelling in Parijs heeft gezien. We gaan samen op. Maar ik maak toch een afslag. Ik kan het niet opbrengen om enthousiast te zijn, hij nu wel. Hij toen niet, toen ik wel. Ik ben in verwarring, maar vooral over mijn verwarring over de beleving van kunst. En dat heeft niets te maken met de kwaliteit van de tentoonstelling. Nee. Ik ben het wel met hem eens. Een echte kunstenaar, die Nan Goldin, geen concessies, geen protserigheid.

Is het het internet? Hebben we in ons websurfende leventje nu niet alles al gezien?

Ik geloof niet dat ik afgestompt raak, maar de veelheid van het internet kan wel desastreuze gevolgen hebben voor mijn opnamebereidheid. Geef me wat anders wil ik roepen. Geef me niet alleen jouw leven, jouw tranen, jouw manieren van vrijheidsbeleving. Het is er allemaal en het is niet genoeg. Ik wil meer, ik wil het anders. Je krijgt me nog niet met je volle diaslides, je muziek eronder (ik vind dat een vervelend truukje Nan, en tegelijkertijd blijf ik ook kijken, juist ook door de muziek).

Ik word een vervelend onbevredigend kijkend mannetje. Top of the bill, en dan nog niet goed genoeg. Maar is dat niet de tragiek van de doorgewinterde toeschouwer. Dat beroering steeds zeldzamer wordt?

En toch, er hoeft maar 1 acteur iets spannends te doen op het toneel en ik geef me over. Er hoeft maar 1 kunstacademiestudent iets afwijkends te doen, en ik word razend enthousiast. Ik ben niet afgestompt. Maar ik merk dat mijn criteria veranderen.

Ik had het ook bij Freedom van Jonathan Franzen. Een bijzonder goed boek. Echt. Maar ik las het onbewogen. Maar om het daar nu nog over te hebben.

Ik merk dat het een zoektocht is die voorlopig niet zal eindigen. Mag je kunst waarderen op een persoonlijke zoektocht. Tja, er is niet veel anders.

Dit is een laboratorium-achtig stukje..zonder punt..
Het gaat nog door. Dit is pas het begin.

0 reacties: