maandag 24 mei 2010

de bel en de humor

Ze noemden het het premiersdebat. Wie zou ons door de roerige jaren tien leiden? Met hartstochtelijke woorden en innemende gedachten? Voor ons stonden vier mannen. Vier mannen met een visie. Handig laverend tussen sociale oplossingen, harde maatregelen en stuurse opvattingen. Het moest met de borst vooruit, anders zou niemand hen horen. Hoe harder hoe beter. Je moest ervoor zorgen dat je genoeg tijd had om je stem te laten horen, ook als een ander dat ook wilde. Maakt niet uit wat je zelf zegt, als je maar niet hoort wat een ander zegt.

Gelukkig waren daar ook de eigenzinnige en originele onderwerpen. Integratie en veiligheid, heel inventief genoemd in 1 zin. Hypotheekrenteaftrek, waar heel Nederland van schrikt als het ter sprake komt. Dus ook een ijzersterk onderwerp. En gelukkig de haperende Economie. Vanzelfsprekend. Daar ontkom je niet aan.
In een laatste erg spannend rondje mochten de vier roergangers nog zeggen waarom wij juist hun moesten kiezen als ons aller leidsman.
Als ze het gevoel hadden dat ze 1 op 1 wilden vechten, moesten ze een bel laten klinkelen. Een lekker ouderwetse bel. "Hee, hee, ik trek nu even aan de bel", zal er waarschijnlijk in de brainstormsessie hebben geklonken. Een briljante vondst.
en dan was er een stoutmoedige moderator. Die even later twitterde: Ik wilde ze vooral met elkaar laten praten...
En het kan niet anders dan gezegd: Hij kwam er alleen even tussen als het echt onverstaanbaar werd. Voor de rest mocht iedereen gewoon met elkaar praten.

Treurig sleepte ik mij naar bed. Het was een treurige bedoening. De politiek is in deze vorm een treurige bedoening. Geen enkele eruditie, geen enkele vorm van humor, geen mildheid, geen spannende en optimistische vergezichten (maar daar werd ook niet om gevraagd). Een klein beetje weerzinwekkend.
Wij kennen in onze debatten alleen maar de vraagstukken, waarbij er gevraagd om maatregelen, aanpak en centen. Als dat de vragen zijn, zijn de antwoorden navenant. Deze vier mannen hadden moeten weigeren om een bel te laten luiden voor een 1 op 1 gevecht. Dat had ze gesierd.
Deze mannen hadden moeten zeggen: Wij gaan niet schreeuwen, niet door elkaar praten. Gewoon normaal doen.

Hoe is het mogelijk dat je je zo gewillig naar een slachtveld laat brengen. Media is de macht, jazeker, maar het format, de vragen, de toon en de stijl zijn dermate armetierig dat je als politicus daar best tijdens het live-debat wat eigenzinniger in mag zijn. Niet in het format gaan zitten van een ander, maar zeggen: Ik doe mee, maar op mijn manier. Met brille, met verstand van zaken, met een eigen geluid. En met humor. Want mijn god, wat misten wij dat allen gisteravond. Humor. Zijn we vergeten hoe belangrijk dat is? Kom op. Laat eens wat zien!

Nu is iedereen een fluitketel...en het fluit...en het fluit...en het fluit...en niemand is thuis...

0 reacties: