maandag 5 september 2011

de persoon die voor mij de chronische stad huurde.

Ik huurde het boek Chronic City van Jonathan Lethem uit de bibliotheek. In het boek vond ik een bon van de vorige huurder van dit boek, inclusief alle overige boeken die hij had geleend. Een mooi lijstje:

1. Holy Smoke, Christianne vink
2. Een oorlogsman van dezen tijd en beminnaar der sexe, Casimir von schlippenbach
3. De aarzelende Darwin , David Quammen
4. De reis naar Sachalin, Anton Cechov
5. Het vuur nog geenszins gedoofd, Georgius Forster
6. Een Nederlander in de Wildernis, Luc Panhuysen
7. Celine, een briljante boef, E. Kummer
8. Gerard Reve, de rampjaren, Nop Maas
9. Lof der Godloosheid, Fernando Savater
10. De vis in ons, Neil Shubin
11. Insectopedie, Hugh Raffles
12. Het Nova Zembla verschijnsel, Siebren van der Werf.

kom daar maar eens overheen...

maandag 23 mei 2011

chupa chups


Het Chupa Chups logo. Lollylogo bij uitstek. Alles klopt, fijn voor kinderen, fijn voor volwassenen. Zwierig, tijdloos, gek, maar niet al te gek. En de maker: Salvador Dali

zaterdag 1 januari 2011

de bruid van johan thorn prikker

nu te zien in het boijmans, de bruid van johan thorn prikker. Een bijzonder schilderij, vind ik!

zaterdag 23 oktober 2010

sinaasappeldag, marc claes tijdens PAE


Marc Claes tijdens het Performance Art Event

sinaasappeldag, baselitz met sinaasappel

George Baselitz, De duitse alles op zijn kop schilder, heeft ook een aantal portretten met sinaasappels gemaakt, wist twittermaat @soofjepoofje mij te vertellen. Hier 1

sinaasappeldag, stillevens van elias van den broeck


ach, je moet er een beetje van houden, van fruitstillevens. Deze zijn van de 17de eeuwse hollandse schilder elias van den broeck. Die gasten konden wel goed donker en licht schilderen, potjandosie. Verder natuurlijk ook een beetje saai. Net zo saai als een sinaasappeldag

sinaasappeldag, stilleven van abraham mignon

en omdat het vandaag dus sinaasappeldag, hier een weelderig stilleven van abraham mignon.
hangt in het rijksmuseum...weinig schroom om volledig los te gaan in kleur en compositie...

kind met sinaasappel- vincent van gogh

een schilderij van van gogh dat ik nog nooit eerder ergens gezien heb. Kind met sinaasappel
Wat een schattig schilderijtje, het is 50x50 cm

Meer is bekend over het kind op het schilderij. Naar alle waarschijnlijkheid is het Raoul Levert, het destijds tweejarige zoontje van timmerman Vincent Levert. Deze was de buurman van de schilder, die een kamer huurde bij een plaatselijke herberg. Levert spande de doeken van Van Gogh op een houten raam. Uiteindelijk vervaardigde hij ook zijn doodskist. Het schilderij stond bij diezelfde kist toen de schilder werd opgebaard.

"Het is een van de laatste portretten uit zijn leven", vertelt kunsthandelaar Emma Ward. "Dat hij toen zo gelukkig was, zie je in het schilderij. Hij voelde zich erg betrokken bij de kinderen op het platteland. Zij waren gezonder dan kinderen in de stad, waar zijn neefje Vincent woonde. In zijn brieven vroeg hij zijn broer Theo vaak de kleine Vincent mee te nemen. Hij wilde blijkbaar het beste voor zijn neefje."

Dat het buitenleven zo goed is voor kinderen, zie je ook aan de blossen op de wangen van de timmermanszoon. Bovendien zie je aan de vrolijke kleuren en de vitale penseelstreken op het doek dat ook Vincent genoot van het leven in het dorpje Auvers. Totdat hij eind juli 1890 het veld introk en zich in zijn borst schoot. Twee dagen later overleed hij. "Maar hier", zegt Ward,"is geen sprake van een depressie. De laatste weken van zijn leven staan bekend als zijn meest intense werkweken. In dit schilderij zie je de gelukkige Van Gogh." hier meer

vrijdag 22 oktober 2010

Het Creatief Potentieel (1)

Met enige verbazing naar de woede omtrent de kunstbezuinigingen gekeken. We zijn de kruimeldieven van de samenleving, en nu willen ze er met een grote stofzuiger overheen. Ach en wee.
Er wordt gesmeekt en gedebatteerd. Er wordt betoogd. Maar niet gestaakt. We zullen niet staken, bang dat niemand dat echt zal merken. Kunst is een secundaire levensbehoefte, dus niemand zal zich waarlijk zorgen maken als Toneelgroep Amsterdam een jaar lang niet speelt. De sector is een breekbaar mannetje, dat zo omver geblazen kan worden. Kwetsbaar en onbegrepen, zo markeert de culturele sector zich. En daarmee voldoet het volmondig aan het imago dat aan onze sector kleeft. Slechte lobbyisten.

Dat moet natuurlijk anders. Het is niet genoeg om te zeggen dat kunst zorgt voor troost en verlossing, voor een veelzijdige blik op de samenleving en onszelf. Het is niet genoeg als we zeggen dat kunst zorgt voor veel zij-inkomsten in de maatschappij, voor aantrekkelijke steden. Het is allemaal waar, maar het is niet genoeg. Lang niet genoeg.

We kunnen ons niet langer laten piepelen. Die tweehonderd miljoen is misschien kattenpis met wat wij kunnen winnen als we het anders aanpakken.
Daarvoor hebben we veel mensen nodig. Ik noem het even het creatief potentieel van Nederland. Lelijk, maar goed, het is even niet anders.
Het creatief potentieel moet van zich laten horen. Wij willen niet met confetti strooien in zwarte en witte zalen. Wij willen mee gaan doen. Werkelijk mee gaan doen.
Dan is die tweehonderdmiljoen helemaal niets.

En daarbij, zeuren om geld. Dat moeten wij kunstenaars helemaal niet doen. We gaan ons ook niet omscholen, of educatieve en community-art projecten verzinnen om maar een aalmoes te vergaren. Ben je gek! Wij zijn het creatief potentieel van Nederland. Wij moeten niet armlastig op de barricades voor geld, we moeten op de barricades voor een ander Nederland.

Een ander Nederland. Hoe ziet dat eruit? En welke rol heeft het Creatief Potentieel?
Vanaf nu maken we een alternatief voor alles dat er gebeurd in Nederland, elke regel die wordt opgelegd, elke politieke stelling, elke muur die wordt gebouwd, elke basis die wordt gelegd, elke veter die wordt gestrikt, elke uitspraak die wordt gebezigd. En dat laten we niet meer zien in onze eigen clubhuizen, nee, we gaan er mee op stap, naar de beleidsmakers, naar de politiek, naar de financiers.
We zeggen u doet het zo, wij hebben dit bedacht, hier moet u ook naar kijken. Wij zetten onze tanden in een nieuw Babylon. En we wachten niet op wat subsidiegeld, nee, we gaan het geld halen. We halen het overal, bij de mensen zonder ideeen maar met een portemonnee, met mensen met macht maar zonder visie.

We verkopen onze visie niet, nee, we gaan zorgen dat onze visie de basis legt voor een Nieuw Nederland. Een proeftuin voor de wereld, een laboratorium voor een nieuwe samenleving, een nieuwe menssoort. Het Creatief Potentieel laat zich niet met lijkwades naar de afgrond voeren. Het Creatief Potentieel gaat nu pas de hort op.

Ik zou mijzelf graag willen relativeren. Want ook in dit stukje wordt nog niet duidelijk hoe en wat. Ik moet dat nog uitpluizen. Ik ga dat nog uitpluizen. Maar misschien wel al met meer. Het is tijd voor een Culturele Revolutie. En die gaat niet om geld. Die gaat om de wereld bouwen waar je waarlijk in wilt wonen, met alle fantasie, verbeeldingskracht, humor, eigenzinnigheid, vaardigheid, en ideeen die we in ons hebben. Kom op. Laten we niet laf zijn. Het is beneden onze waardigheid om te bedelen. Het geld is overal.

Laten we het afdwingen.

TEDPrize naar franse kunstenaar JP

TEDprize 2011 naar de franse kunstenaar JR
JR plakt zijn grote foto's van mensen op openbare plekken op.... hier bv in Shanghai...
vorig jaar ging de prijs naar Jamie Oliver..

donderdag 21 oktober 2010

eten bidden beminnen - the movie


Eat pray love

Nee, dit is geen goede film. Nou ja, het is Oprah-kwaliteit. Op zoek naar jezelf. Op zoek naar een soort innerlijke waarde, en daarvoor moet je een hoop reizen.
Weinig om het lijf, grote woorden, weinig inhoud. Het is twee uur vermakelijk vertier. Zoiets.

Maar ik voel eigenlijk geen behoefte om het enorm af te kraken. Daarvoor is het gewoon een film gebaseerd op een heel succesvol boek. Mensen hebben behoefte aan dergelijke verhalen. Ook al zijn ze simplistisch, daarom zijn ze nog niet overbodig. Eigenlijk weet je wel wat je krijgt. Een portie zelfonderzoek, een portie spiritualiteit, een portie romantiek, inclusief wat mooie plaatjes en de schoonheid van Julia Roberts en Javier Bardem.

Julia Roberts speelt Elizabeth Gilbert, de schrijfster van het autobiografische eat pray love. Jezelf openstellen voor de geneugten en de zingeving van het leven, daar is zij naar op zoek. Vast in een huwelijk dat niet werkt, vast in een oppervlakkig bestaan waarvan ze allang niet meer weet waar ze zelf staat. Misschien wil ze wel kinderen, ze weet het niet eens meer….dat dus…

En dus gaat ze op reis. Nu is ze al reisschrijfster, dus reizen is voor haar niet direct een heel grote stap. Maar ze is alleen en ze is op zoek. Dat is misschien wel nieuw

Ze weet zelf ook niet zo goed waar ze naar op zoek is. Naar echtheid wellicht. Naar echte mensen. Vind ze die ook? Op elke plek heeft ze binnen de kortste keren mensen om haar heen. Mensen die haar het ware leven intrekken. Die zeggen: Geniet, Durf jezelf open te stellen voor anderen, voor een god, voor de liefde…

En dat is wat er uiteindelijk gebeurt. Ik zag aan het einde van de film niet echt een andere Julia Roberts dan aan het begin, behalve dat ze 20 minuten per dag mediteert. Maar natuurlijk heeft ze wel iets meegekregen van een jaar zoekend reizen. Lijkt me logisch.

Ach. Het is een film. Een genrefilm. Niet meer en niet minder. Je kan het zien, je kan het niet zien. Maar het zult je leven niet veranderen. Daarvoor heeft het te weinig kracht

woensdag 20 oktober 2010

korte brief aan hanro smitsman, regisseur Schemer


Korte brief aan Hanro Smitsman;

Beste Hanro, ik heb deze week je film Schemer gezien. Ik heb wat recensies en interviews gelezen. Ik snap iets niet en ik hoop dat je het me uit kan leggen.

Waarom ?
Waarom vermoorden ze dat meisje?
Het is natuurlijk de essentiële kwestie in je film, en juist dat vind ik zo problematisch. Dat maakt je mooi gemaakte film voor mij ook een gemankeerde film.

Is het omdat het kan? Gewoon omdat de mogelijkheid er is? Het is nou niet echt een groepje jongeren die lichtvaardig over dit soort zaken nadenkt.
De groepsdynamiek? Maar waar bestaat die groepsdynamiek dan uit? Het is toch nogal een losse groep. Er spelen wat verliefdheden en natuurlijk is dat ongelooflijk belangrijk als je jong bent. Er zijn wat irritaties, maar je kan zo’n meisje dan toch ook gewoon links laten liggen?
Ze manipuleert een beetje, ze is onzeker en ze flirt zonder dat ze dat echt wil. Ja zelfbevestiging, natuurlijk. Iedereen zoekt zelfbevestiging. Die moord komt echt een beetje vanuit het niets.

Ze hebben kennelijk een enorme hekel aan dat meisje. Dat blijkt toch nergens uit.
Een dunne scheidslijn tussen beste vriendin en haat? Tja.
En die Ceasar, kennelijk spoort die niet helemaal…maar dat rafelige randje in zijn karakter komt eigenlijk nergens uit voort. Hij wordt afgewezen door Jessie. Is dat een reden om te gaan moorden?
En eigenlijk wordt hij toch neergezet als een heel lieve jongen? Zorgt voor zijn hulpbehoevende moeder. Wil je dat dan duidelijk maken, dat dat dus prima naast elkaar bestaat? Ik snap het niet.

Je geeft me het gevoel dat het soms zo makkelijk kan gaan. Dat de redenen soms futiel, haast banaal zijn. Maar moet je me dan niet iets meer verwrongen personages geven? Nu zijn het doorsnee jongeren, met hun doorsnee probleempjes. Die dus toch iets vreselijks gaan doen.

Het verhaal is losjes gebaseerd op de moord op Maja Braderic. Dat was ook zo’n vriendengroep, waarvan niemand uiteindelijk begreep waarom ze dood moest.
Maar als de buitenwereld het niet snapt, dan misschien de groep toch nog wel. Nu vind ik alle puzzelstukjes toch wat mager…

Begrijp me niet verkeerd, ik hoef geen volledig psychologisch rapport. Het haast hulpeloze van een dergelijke daad, dat kan een sterk element zijn. Maar je had me wel iets meer kunnen geven. Nu snap ik er echt niets van. En dat irriteert me.

Hoop dat je het me kan uitleggen, waarom je het zo hebt gemaakt. Je staat bekend om het feit dat je veel inlevend vermogen uit jonge acteurs kan halen een grote mate van geloofwaardigheid kan bereiken. Het spel is sterk, maar volgens mij zit er in het scenario toch wel een erg zwak element. Waardoor de kern van het verhaal volstrekt niet geloofwaardig is. Tenminste dat vind ik. En dat vind ik jammer. Want ik wil graag enthousiast zijn. En dat was ik dus niet.

De buitenkant van intimiteit…Een zoektocht naar de essentie van beroering. (1)


“Hoeveel intimiteit kan ik aan ?”
Die vraag popt op bij het zien van de tentoonstelling Poste Restante van Nan Goldin in het fotomuseum in Rotterdam.

Negen jaar geleden zag ik in Centre Pompidou eigenlijk voor het eerst haar fotografie van de uitgaanszelfkant van het leven, daar was het erg uitvergroot en esthetisch neergehangen. Nu zijn het vier omvangrijke diaslides met muziek eronder en dat werkt op een andere manier.
Door de veelheid komt het dichterbij, het werkt benauwend en toch, en toch, en toch…ik kijk ernaar en ik voel me toeschouwer van iets waarvan ik eigenlijk niet eens behoefte voel om toeschouwer van te zijn. Terwijl ik toch zo langzamerhand wel een professioneel toeschouwer ben. Haar wereld. Ach…het is tenslotte haar wereld. Niet mijn wereld. Wat moet ik ermee?

In Centre Pompidou was ik nog wel diep onder de indruk, herinner ik me vaag. Een herinnering over de indruk die iets achterlaat? Goed, leuk, interessant, heldere kwaliteit. Woorden van een beschouwer. Iets dat ik ben. Toeschouwer. Maar een kwetsbare toeschouwer, iemand die kwaad kan worden, soms boe wil roepen, zich medestander voelt, zich tegenstander voelt. Zo’n soort beschouwer. Een betrokken beschouwer. Ik weet niet of ik een ideale toeschouwer ben.

Maar als ik zo denk, dan is het toch wel erg… Dan kan ik niet meer onbekommerd naar kunst, naar het theater, naar de film, naar een lezing of debat. Alsof het altijd maar over mij moet gaan. Het wordt pas warm als het dichterbij komt. Nee.

Ik moet op zoek hoe dat komt, hoe sommige kunst mij niet meer beroerd, of nooit heeft beroerd, terwijl het alles in zich heeft om dat wel te doen. Wanneer raak ik van slag en is dat iets universeels of juist een heel persoonlijk moment?

Als ik weet wat het is, als ik het kan benoemen, zal het wel weer iets anders zijn. Het vaart mee met de kennis en de bereidheid.

Deze week zag ik van alles, een film van Adelheid Roosen over haar moeder met Alzheimer ; En raak ik van slag. Of de speech van Joseph Burns over de zelfmoord van homoseksuele jongeren; En raak ik van slag. Maar ik zie de film Schemer van Hanro Smitsman, en het doet me niets. Ik probeer mijn vinger erop te leggen, over dat verschil tussen dat wat mij beroert en dat wat mij onberoerd laat.

Los nog over kwaliteit, want wie zegt mij dat kwaliteit moet beroeren of ontroeren. Niet alles heeft dezelfde kwaliteit, en soms kan het oppervlakkige mij raken en het meer intense mij koud laten.

Het is iets anders.

Misschien is het ene “echter” dan het andere. Waardoor het scherper wordt, oprechter. Maar als je van theater en beeldende kunst houdt, dan kan je niet alleen houden van de echtheid, dan moet je ook passie houden voor de esthetisering van de werkelijkheid.

Het is misschien de poserende wereld van Nan Goldin, die zelfgekozen fatalistische wereld waar zij zich in begeeft en die zij van binnenuit fotografeert, die mij zacht irriteert.
Die heftige drugsgebruikende partyscene, die vrijgevochten bandeloze wereld. Die ook zo genadeloos lege wereld. De overvloed aan foto’s die aan je voorbijtrekken vullen niet, maar trekken alles juist uit je. Nog een keer de schoonheid van de troosteloosheid. Nog een keer de esthetiek van heroïnevrienden. Het lijkt teveel.

En niet vanuit een conservatieve moraliserende inslag, want die ken ik niet

Je kan niet zeggen dat het niet echt is, het is juist haar kracht dat zij de werkelijkheid, haar werkelijkheid fotografeert. En die werkelijkheid van Nan Goldin is het fotograferen waard. Sex, drugs en rock&roll. Burlesque, dragqueens, geweld, desolaatheid...ja het is allemaal wel echt…maar het verveelt me.

Dus ben ik misschien wel verwend. Geen schokeffecten meer, niet meer ontzet of jaloers door de brutaliteit van het leven van een ander. Seen it all?

Ik lees de opgewekte recensie van Arno Haijtema in de Volkskrant. Jaja, het is allemaal erg goed. Hij heeft natuurlijk gelijk. Nan Goldin is razend goed.
Ik lees dat hij dezelfde tentoonstelling in Parijs heeft gezien. We gaan samen op. Maar ik maak toch een afslag. Ik kan het niet opbrengen om enthousiast te zijn, hij nu wel. Hij toen niet, toen ik wel. Ik ben in verwarring, maar vooral over mijn verwarring over de beleving van kunst. En dat heeft niets te maken met de kwaliteit van de tentoonstelling. Nee. Ik ben het wel met hem eens. Een echte kunstenaar, die Nan Goldin, geen concessies, geen protserigheid.

Is het het internet? Hebben we in ons websurfende leventje nu niet alles al gezien?

Ik geloof niet dat ik afgestompt raak, maar de veelheid van het internet kan wel desastreuze gevolgen hebben voor mijn opnamebereidheid. Geef me wat anders wil ik roepen. Geef me niet alleen jouw leven, jouw tranen, jouw manieren van vrijheidsbeleving. Het is er allemaal en het is niet genoeg. Ik wil meer, ik wil het anders. Je krijgt me nog niet met je volle diaslides, je muziek eronder (ik vind dat een vervelend truukje Nan, en tegelijkertijd blijf ik ook kijken, juist ook door de muziek).

Ik word een vervelend onbevredigend kijkend mannetje. Top of the bill, en dan nog niet goed genoeg. Maar is dat niet de tragiek van de doorgewinterde toeschouwer. Dat beroering steeds zeldzamer wordt?

En toch, er hoeft maar 1 acteur iets spannends te doen op het toneel en ik geef me over. Er hoeft maar 1 kunstacademiestudent iets afwijkends te doen, en ik word razend enthousiast. Ik ben niet afgestompt. Maar ik merk dat mijn criteria veranderen.

Ik had het ook bij Freedom van Jonathan Franzen. Een bijzonder goed boek. Echt. Maar ik las het onbewogen. Maar om het daar nu nog over te hebben.

Ik merk dat het een zoektocht is die voorlopig niet zal eindigen. Mag je kunst waarderen op een persoonlijke zoektocht. Tja, er is niet veel anders.

Dit is een laboratorium-achtig stukje..zonder punt..
Het gaat nog door. Dit is pas het begin.